Tuintips

Coloradokever

Eitjes
Larven
Kever
Kever

 

 

 

 

 

De coloradokever is ook weer actief in de aardappelen en tomaten. Deze kever eet de bladeren van de planten. De eitjes worden aan de onderkant van de bladeren gelegd. We adviseren u om de aardappelen en tomaten zeer regelmatig te controleren en de kever, de larven en de eitjes te doden.

Kool- ui- & wortelvlieg

Hebt u last van deze vliegen?
Kool-ui- en wortelvlieg kan worden tegengegaan door gaasdoek aan te brengen.

Uien water geven met zout tegen de uienvlieg: welke verhoudingen en hoe is het correct? Via onderstaande link vindt u meer info.

https://garden.desigusxpro.com/nl/luk/poliv-solyu-ot-lukovoj-muhi.html

Aspergeloof

Bij degenen die asperges telen is ook regelmatig aspergeloof te vinden op de tuin. Het loof moet in de herfst worden opgeruimd omdat ook hierop insecten en schimmels overwinteren en in het voorjaar schade kunnen toebrengen aan de verse asperges. Zowel de aspergevlieg als de aspergekever zijn hier voorbeelden van. De schimmel Roest blijft ook op oude stengeldelen achter. Het beste resultaat behaalt u door de stengels er in oktober uit te trekken, zodat ook nog het stukje in de grond wordt verwijderd.

Houtas

Patentkali is als meststof voor de aardappel te gebruiken. Als alternatief kun je ook houtas gebruiken. Houtas bevat veel kalium en is geschikt als meststof. Je gebruikt maximaal 1 kg per 10 m². Ook wortels en uien hebben baat bij een extra kaliumgift. Kalium bevordert de vorming van wortels en knollen, zorgt voor stevige planten én verhoogt de weerstand tegen schimmelziekten.

Kleigrond verbeteren

Moet ik kleigrond gaan mengen met tuinaarde?.
Is niet direct nodig, maar bij het planten wel wat tuinaarde in het plantgat stoppen, al was het maar om de wortels er goed in te kunnen stoppen (lukt niet zo goed met klonten klei).

De goedkoopste en beste manier om kleigrond beter te bewerken, en voor een betere tuinstructuur te zorgen is in eerste instantie om een laag metselzand van ongeveer 5 cm dik over je tuin uit te strooien, en daar na de gehele tuin licht om spitten dus op ongeveer 15 cm diep. Een tuinfrees doet ook wonderen daar dan de grond en het zand tegelijk goed vermengd is.

Heb je er nog wat extra geld voor(of over) dan kunt u ook nog na een maand nadat de tuin is omgespit een laag goede tuinaarde er overheen uitstrooien van ongeveer 10 cm om de vaste planten een snellere groei te geven, en daar door je kleigrond dan ook niet te snel uitdroogt bij een warme zomer.

Deze bovenstaande werkzaamheden, moet je natuurlijk wel doen als de tuin droog is, daar als hij nat is je bij kleigrond er als het ware een betonnen grondplaat van maakt, en er dan bijna niets meer zal groeien en al uw werk overbodig is geweest. En uw geld dan letterlijk en in een bodemloze put is verdwenen.

Konijnenverschrikker

Wist u dat u konijnen kunt verjagen door twee dakpannen in de tuin tegen elkaar te plaatsen? Konijnen schrikken hiervan zoals vogels van een vogelverschrikker. Verplaats de pannen af en toe, zodat de konijnen er niet aan kunnen wennen en u zult zien: flappie verdwijnt!

Gaasbescherming tegen woelratten:

Woelratten eten het liefst vlezige knollen en wortels ook van (jonge) fruitbomen. Per dag eten deze beestjes twee derde van hun eigen gewicht aan plantaardig materiaal. Om schade te voorkomen kan fijnmazig kippengaas rondom het wortelgestel van de planten worden in gegraven. Een stukje boven de grond wordt het kippengaas zo omgebogen dat de woelratten niet aan de bovenkant bij de wortels kunnen. Voor witlof of een bedje wortels kunt u het beste de grond ca 30 cm opgraven. Dan fijnmazig kippengaas plaatsen dat ruim boven de grond uitsteekt. Dan de opgegraven grond terugstorten en de witlof plaatsen en/of wortels zaaien.

Meeldauw op druiven: gebruik eens volle melk

Melk is goed voor …….. Meeldauw op druiven kan worden bestreden met volle melk (oplossing 1 liter melk : 4 liter water). Dat is de conclusie van de Universiteit in Adelaide (VS). Hoe het middel werkt is onduidelijk, maar uit een proef waarbij melk, wei en een product van canolla-olie in druiven werd getest, kwam volle melk als beste uit de bus. Het gebruik van zwavel kan zo worden beperkt.

Brandnetelgier   

 Voor het maken van deze vloeibare mest heeft men een vrij groot vat nodig, bijvoorbeeld een houten ton of plastic vat. Metalen vaten zijn niet geschikt. Doe een flinke portie vers gesneden brandnetels in het vat. Zowel de grote als de kleine brandnetel (Urtica dioica en Urtica urens) zijn bruikbaar, zolang de planten nog geen zaad hebben gevormd. Giet daarna het vat vol water, zo mogelijk regenwater. De vloeistof moet een handbreedte onder de rand blijven, omdat de gier tijdens de gisting schuimt.

Roer het mengsel eenmaal per dag met een stok flink om, opdat er zuurstof bij het al gauw inzettende verteringsproces komt. Daarna legt men er en stuk gaas overheen, zodat er geen dieren in de gier kunnen vallen en verdrinken.

Op een zonnige, warme plaats gist het spul bijzonder snel. Daarbij ontstaan echter ook vieze geuren, waarover de buren kunnen klagen. Strooi daarom een paar handvol gesteentemeel op de vloeistof of roer er een paar druppels extract van valeriaanbloesem door. Beide middelen binden de gierstank.

Na ongeveer twee weken wordt de vloeistof helder. Dan is de gisting voorbij en de gier klaar. Nu kan men er ook een deksel op zetten.

In de tuin wordt de brandnetelgier, in een verhouding van 1 : 10 verdund, direct bij de plantenwortels gegoten. Hij is geschikt als bijvoeding voor veeleisende gewassen als tomaten, kool, selderie, komkommer en prei. Bonen, erwten en uien mogen echter niet met brandnetelgier worden bemest. Eenjarige zomerbloemen, vaste planten, rozen, bessenstruiken en vruchtbomen hebben heel graag een scheutje brandnetelgier.

Al na enkele dagen kan een oplettende tuinier zien, hoe goed de brandnetelgier werkt: de planten krijgen donkergroen blad. Ze groeien zienderogen, maar blijven daarbij gedrongen en stevig. Dit komt onder andere door het stikstofgehalte van deze plantengier.

Men kan de brandnetelgier nog met andere geneeskrachtige planten verrijken en wijzigen. Zo kan de tuinier nog een paar handenvol paardenstaarten, smeerwortel, bieslook of uien doorheen mengen.
(Bron: www.ecologiebibliotheek.nl)

Smeerwortelgier of extract vloeibaar        

Smeerwortelgier of extract wordt gebruik om groenten aan te gieten of te besproeien en is rijk aan stikstof en kalium. Vooral een effect op groenten die vruchten dragen (aardbeien, komkommer, meloen, tomaat, augurk,..).

Om de week herhalen.

Dosis algemeen
– neem 1 kg verse plantendelen op 10 liter water
– of 200 gram gedroogde delen op 10 liter

Gebruik algemeen
De gier altijd verdund gebruiken. Men kan het aangieten of op het blad vernevelen (na het zeven). Vernevelen niet bij te zonnig weer wegens kans op bladverbranding. Bij voorkeur ’s morgens of ’s avonds toepassen. Volwassen planten – 1 liter gier wordt met 10 liter water verdunnen
Jonge planten – 1 liter gier met 20 liter water verdunnen.

Vaste planten

Degene die vaste planten in hun tuin willen die bestand zijn en het goed doen op natte grond hier een beperkt lijstje van planten die daar goed tegen kunnen of niet anders willen:

Astilbe, Hosta soorten, Hortensia’s, Irissoorten, Daglelies, Kievietsbloem(knolletjes), Filipendula purpurea, Kandelaarprimula(Primula pulverulenta) , Persicariasoorten, Parapluplant( Peltiphyllum peltatum), Mimulus luteus.

Hoge tot zeer hoge soorten (1,5 tot 2m) die goed tegen natte grond kunnen zijn: Rheum palmatum (2m) ,Gunnerea manicata (2,5m) Rodgersia aesculifolia (1,3m), Ligularia przewalski (1,5m)

Naaktslakken

Naaktslakken leven in een vochtige omgeving. Zij houden zich het grootste deel van hun tijd op in de grond of onder compost, waar zij de ondergrondse delen van de planten aantasten.
In maart/april (hangt af van de temperatuurontwikkeling in de winter) worden de eerste eitjes in hoopjes van 20 tot 30 vlak onder het grondoppervlak gelegd. Gemiddeld kan een slak 500 eitjes leggen. De eitjes zijn wit doorschijnend. Drie weken later komen de eitjes uit. De ontwikkeling tot een volwassen slak duurt twee maanden. Paring geschiedt meestal in het voor- en najaar. Een naaktslak (zoals de grote aardslak) kan twee tot drie jaar oud worden en overwintert. Met onze huidige weersomstandigheden zijn er zelfs exemplaren die 20 cm lang kunnen worden! Bij strenge vorst kunnen veel naaktslakken sneuvelen. Slakken zijn hermaphrodiet. Elke slak kan een vrouwelijke of een mannelijke vorm aannemen tijdens de paring.
Slakken hebben een tong die uit rijen harde tandjes bestaat. Hiermee raspen zij het voedsel af.

De meest voorkomende soorten in Nederland zijn de zwarte wegslak en de grote wegslak:

Zwarte wegslak (Arion ater)
Grote wegslak (arion rufus)

 

 

 

 

 

 

Deze naaktslak verschijnt in diverse kleuren. Ze kunnen groeien tot 15 cm lang. In situaties waar deze naaktslak goed gedijt kan hij zelfs uitgroeien tot 20 cm. Deze soort is zeer vraatzuchtig.
Wegslakken eten tenminste 50% van hun lichaamsgewicht per dag.
De voetranden is oranje met zwart gekleurd.

Ongeveer 90% van de populatie naaktslakken bevindt zich in de grond. Voor de ondergronds levende slakken zijn slakkenkorrels, die op de grond worden uitgestrooid, niet effectief. Met het inzetten van nematoden (aaltjes) worden naaktslakken doeltreffend in de grond bestreden. Nematoden (Phasmarhabditis hermaphrodita) zijn kleine aaltjes van 0,1 mm lang die met het blote oog niet waarneembaar zijn. Zij gaan in de grond zelf op zoek naar de slakken, dringen deze binnen en scheiden er een bacterie af. Kort na aantasting stopt de slak met vreten.

Een aangetaste slak is te herkennen aan een typische zwelling achter zijn kop. Na 1 à 2 weken zullen de slakken sterven en gaat een nieuwe generatie nematoden op zoek naar een nieuwe prooi. Eén toepassing van nematoden garandeert een werking van minimaal 6 weken. De bodem moet wel voldoende vochtig zijn en een temperatuur van minimaal 5 graden hebben. De nematoden zijn volkomen onschadelijk voor de mens, het gewas en andere dieren en kunnen zelf geen plaag vormen.   

Ook composthopen kunnen worden behandeld met nematoden, aangezien veel slakken zich verstoppen onder compost.

Tijdstip van bestrijding

De beste tijd om te beginnen met de bestrijding is al in maart of in april als de temperaturen boven de 50 C zijn. Als de planten beginnen uit te lopen of er al slijmsporen te zien zijn, dan is dat ook een indicatiemoment om met de bestrijding te beginnen. De bestrijding met nematoden kan vervolgens tot oktober als de temperaturen nog boven de 5o C zijn. Behandeling in het najaar zal ook het aantal slakken sterk verminderen.

 Wat groeit er goed in vette kleigrond?

Welke soorten gedijen goed in vette klei en bloeien uitbundig?

In vette kleigrondtuin groeien goed:
– vlinderstruik
– grote kaardebol (kan dik twee meter hoog worden)
– stokroos
– diverse oeverplanten (bv. gele lis, dotterbloem)
– margrieten
– artisjok (tegen alle verwachting in)
– vergeetmenietjes (maar die zaaien enorm uit, ze zijn een plaag af en toe)
– winterjasmijn (doet het goed op niet te natte plaats)
– smeerwortel (onuitroeibaar)
– een paar varens
– een paarse lavathera die in een bloemenzaadmengsel zat komt elk jaar groter terug en zaait zich uit
– papaver
– anemoon (anemone coronaria)
– salie
– kerstroos
– crocosmia
– rode zonnehoed
– monnikskap
– akelei

Mollen

Waarom mollen juist in februari ons landschap omploegen. Spoiler: het zijn de hitsige mannetjes

Het ondergrondse liefdesleven van de mol bereikt momenteel het kookpunt en dat leidt tot een explosie van molshopen in ons landschap. Wat weten we eigenlijk van deze graafkunstenaars?                Gert-Jan Buijs      

 Als je erop gaat letten kan het je bijna niet ontgaan. In gazons, weilanden, parken en wegbermen schieten de molshopen de grond uit als acne bij druistige pubers.

Al dat gewroet in de zachte februarigrond is geen toeval, weet mollenkenner Elze Polman van de Zoogdiervereniging. ,,We zitten nu midden in de paartijd van de mol. Dat is de tijd dat de mannetjes op zoek gaan naar de vrouwtjes.” Elze is een van de drijvende krachten achter de mollentelling, die komend weekend begint.

De mol is een zoogdier. Met een gewicht van tussen de 60 en 140 gram is het één bonk graafspieren. Hij heeft zo veel schouderspieren dat er van een nek geen sprake is. Die krachtige schouders zijn de aandrijving voor de voorpoten. De naar buiten gedraaide handjes met vijf vingers zijn het ideale graafgereedschap.

,,Nu de paartijd is aangebroken graven de mannetjes dus ondiepe gangen. Daardoor zie je nu zo veel molshopen.” Dat lijkt best onhandig… zoveel werk verzetten om een paar meters te kunnen maken. ,,Waarom ze dat doen? Ik weet dat mollen niet graag bovengronds komen. Daar zijn ze heel kwetsbaar. Roofvogels, reigers, ooievaars, vossen, marterachtigen, allemaal eten ze graag een mol.”

,,Ze tolereren elkaar totaal niet. Als ze elkaar dan tegenkomen, vechten ze elkaar de tent uit.” Elze Polman,Mollenkenner

Mannetjes worden waarschijnlijk door de geur of feromonen van vrouwtjes aangetrokken. Dat is alleen in het voorjaar. De rest van het jaar kunnen ze elkaar missen als kiespijn. ,,Ze tolereren elkaar totaal niet. Als ze elkaar dan tegenkomen, vechten ze elkaar de tent uit.”

Mini-bulldozer

Normaal gesproken graaft een mol een gang waarbij hij de vrijgekomen aarde als een mini-bulldozertje wegschuift en bovengronds op een hoop dumpt. Molshopen zijn in feite het bouwafval van de mol. Mannetjes met de kolder in de kop willen ook wel een gang vlak onder het grondoppervlak graven waarbij ze zich alleen verplaatsen. Dat resulteert in één langgerekte bult, de mollenrit. Ook jonge mollen doen het, als ze de wijde wereld in trekken.

,,Dit dier wordt ook niet zo gewaardeerd. We moeten ermee leren samenleven  Elze Polman,Mollenkenner

Volgens Elze is nog heel veel wat we niet weten van mollen. ,,Daardoor wordt dit dier ook niet zo gewaardeerd. We moeten ermee leren samenleven.” Niet iedereen denkt daar zo over. Google even op ‘mol’ en ‘schadelijk’. De manieren om op weinig zachtzinnige wijze mollen om zeep te helpen vliegen je om de oren. Mollenklemmen, -vallen, vergassen, gif. Er is best wat mollenhaat.

Nou is het voor een boer of een burger wiens groene wei of gazon wordt omgeploegd ook geen feest, al die bruine bergjes. Maar in de visie van Elze heeft het bestrijden van mollen weinig zin. Ze kraken maar al te graag leegkomend onroerend goed. ,,Als je een mol doodt of wegvangt, zit er binnen de kortste keren een nieuwe.”

Bovendien – het zijn net mensen – gooien de nieuwkomers er ook graag nog een verbouwing tegenaan. Dus meer nieuwe molshopen. Ook molshopen terug de grond in stampen werkt niet. ,,Dan gaan ze de boel herstellen, krijg je nieuwe.”

Wist je dat ze een pelsje hebben met haartjes die recht overeind staan? Dan kunnen ze makkelijk door de gangen manoeuvreren           Elze Polman,Mollenkenner

Liever genieten we van deze beestjes. ,,Wist je dat ze een pelsje hebben met haartjes die recht overeind staan? Dat maakt dat ze zowel vooruit als achteruit makkelijk door de gangen kunnen manoeuvreren.” De haartjes klappen om in de richting waar de mol vandaan komt. Daarom waren hun fluweelachtige pelsjes vroeger ook gewild voor bontjassen.

En de manier waarop een mol aan de kost komt? Ze eten met name regenwormen, insecten en hun larven en andere kleine dieren die hij kan overmeesteren. ,,Je zou denken dat hij graaft naar prooi die hij hoort of ruikt. Maar hij patrouilleert door zijn gangenstelsel en pakt alles wat daarin terecht komt.” Dag of nacht kennen ze niet.

De mol volgt zijn voedsel

Er is nóg een moment dat mollen veel molshopen produceren. Elze: ,,Als het koud is kruipen regenwormen dieper de grond in. De mol volgt zijn voedsel, dus graaft hij dieper. Dat levert meer overtollige grond op.”

Onder het motto: ‘Valentijnseditie Waar is de mol’, houdt de Zoogdiervereniging 14, 15 en 16 februari de jaarlijkse mollentelling. ,,Dat houdt in dat we mensen vragen molshopen te tellen. Dit jaar valt dat samen met Valentijnsdag.”

De kans dat je een mol in levende lijve tegenkomt is klein. ,,Maar dankzij de molshopen krijgen wel een idee van zijn verspreidingsgebied. Hoe ver ze in de stad doordringen.”

Het aantal molshopen is minder relevant. ,,Je kunt niet zeggen waar het territorium van de ene mol ophoudt en dat van een andere begint. Het gaat ons erom dat we weten waar ze zitten.”

Er is geen aanleiding te denken dat het slecht met de mol gaat Elze Polman,Mollenkenner

 Uit de tellingen van de afgelopen zes jaar maakt zij op dat er op veel plaatsen mollen voorkomen. ,,Eigenlijk overal waar ze goed kunnen graven en waar genoeg voedsel zit. Er is geen aanleiding te denken dat het slecht met de mol gaat.”

Tijd voor nog een paar weetjes over molshopen. Als er ergens tussen de molshopen één kingsize molshoop boven de rest uitsteekt, is dat vaak de plek waar het vrouwtje haar nest heeft. Bekleed met mos, gras en ander zacht spul brengt ze daar gemiddeld vier jongen groot.

Vrouwtjesmollen hebben een pseudopenis

Mollen hebben geen beste ogen, die hebben ze onder de grond ook niet nodig. ,,Blind zijn ze echt niet. Ze vinden hun weg en hun voedsel vooral door hun tastzin.” Met name op hun kop maar ook op poten en staart hebben ze gevoelige tastharen.

De Latijnse naam van de mol is Talpa europaea. Daarmee is meteen de naam van het media-imperium van John de Mol verklaard. Laatste weetje: vrouwtjesmollen hebben een vagina maar ook een pseudo-penis, puur voor het plassen…

 

Interessante sites

 

  • Baaij hoveniers   met info over o.a.  snoeien en de tuinkalender
  • Sjeftuintips  weblog met handige tuintips
  • Eetbare tuin   met tips om een deel van je dagelijks voedsel op natuurlijke en gezonde wijze te kweken
  • Tuinsms   blog over tuinen