Tuintips

Aspergeloof

Bij degenen die asperges telen is ook regelmatig aspergeloof te vinden op de tuin. Het loof moet in de herfst worden opgeruimd omdat ook hierop insecten en schimmels overwinteren en in het voorjaar schade kunnen toebrengen aan de verse asperges. Zowel de aspergevlieg als de aspergekever zijn hier voorbeelden van. De schimmel Roest blijft ook op oude stengeldelen achter. Het beste resultaat behaalt u door de stengels er in oktober uit te trekken, zodat ook nog het stukje in de grond wordt verwijderd.

Houtas

Patentkali is als meststof voor de aardappel te gebruiken. Als alternatief kun je ook houtas gebruiken. Houtas bevat veel kalium en is geschikt als meststof. Je gebruikt maximaal 1 kg per 10 m². Ook wortels en uien hebben baat bij een extra kaliumgift. Kalium bevordert de vorming van wortels en knollen, zorgt voor stevige planten én verhoogt de weerstand tegen schimmelziekten.

Kleigrond verbeteren

Moet ik kleigrond gaan mengen met tuinaarde?.
Is niet direct nodig, maar bij het planten wel wat tuinaarde in het plantgat stoppen, al was het maar om de wortels er goed in te kunnen stoppen (lukt niet zo goed met klonten klei).

De goedkoopste en beste manier om kleigrond beter te bewerken, en voor een betere tuinstructuur te zorgen is in eerste instantie om een laag metselzand van ongeveer 5 cm dik over je tuin uit te strooien, en daar na de gehele tuin licht om spitten dus op ongeveer 15 cm diep. Een tuinfrees doet ook wonderen daar dan de grond en het zand tegelijk goed vermengd is.

Heb je er nog wat extra geld voor(of over) dan kunt u ook nog na een maand nadat de tuin is omgespit een laag goede tuinaarde er overheen uitstrooien van ongeveer 10 cm om de vaste planten een snellere groei te geven, en daar door je kleigrond dan ook niet te snel uitdroogt bij een warme zomer.

Deze bovenstaande werkzaamheden, moet je natuurlijk wel doen als de tuin droog is, daar als hij nat is je bij kleigrond er als het ware een betonnen grondplaat van maakt, en er dan bijna niets meer zal groeien en al uw werk overbodig is geweest. En uw geld dan letterlijk en in een bodemloze put is verdwenen.

Konijnenverschrikker

Wist u dat u konijnen kunt verjagen door twee dakpannen in de tuin tegen elkaar te plaatsen? Konijnen schrikken hiervan zoals vogels van een vogelverschrikker. Verplaats de pannen af en toe, zodat de konijnen er niet aan kunnen wennen en u zult zien: flappie verdwijnt!

Gaasbescherming tegen woelratten:

Woelratten eten het liefst vlezige knollen en wortels ook van (jonge) fruitbomen. Per dag eten deze beestjes twee derde van hun eigen gewicht aan plantaardig materiaal. Om schade te voorkomen kan fijnmazig kippengaas rondom het wortelgestel van de planten worden in gegraven. Een stukje boven de grond wordt het kippengaas zo omgebogen dat de woelratten niet aan de bovenkant bij de wortels kunnen. Voor witlof of een bedje wortels kunt u het beste de grond ca 30 cm opgraven. Dan fijnmazig kippengaas plaatsen dat ruim boven de grond uitsteekt. Dan de opgegraven grond terugstorten en de witlof plaatsen en/of wortels zaaien.

Meeldauw op druiven: gebruik eens volle melk

Melk is goed voor …….. Meeldauw op druiven kan worden bestreden met volle melk (oplossing 1 liter melk : 4 liter water). Dat is de conclusie van de Universiteit in Adelaide (VS). Hoe het middel werkt is onduidelijk, maar uit een proef waarbij melk, wei en een product van canolla-olie in druiven werd getest, kwam volle melk als beste uit de bus. Het gebruik van zwavel kan zo worden beperkt.

Brandnetelgier                                                                                                                                                       Voor het maken van deze vloeibare mest heeft men een vrij groot vat nodig, bijvoorbeeld een houten ton of plastic vat. Metalen vaten zijn niet geschikt. Doe een flinke portie vers gesneden brandnetels in het vat. Zowel de grote als de kleine brandnetel (Urtica dioica en Urtica urens) zijn bruikbaar, zolang de planten nog geen zaad hebben gevormd. Giet daarna het vat vol water, zo mogelijk regenwater. De vloeistof moet een handbreedte onder de rand blijven, omdat de gier tijdens de gisting schuimt.

Roer het mengsel eenmaal per dag met een stok flink om, opdat er zuurstof bij het al gauw inzettende verteringsproces komt. Daarna legt men er en stuk gaas overheen, zodat er geen dieren in de gier kunnen vallen en verdrinken.

Op een zonnige, warme plaats gist het spul bijzonder snel. Daarbij ontstaan echter ook vieze geuren, waarover de buren kunnen klagen. Strooi daarom een paar handvol gesteentemeel op de vloeistof of roer er een paar druppels extract van valeriaanbloesem door. Beide middelen binden de gierstank.

Na ongeveer twee weken wordt de vloeistof helder. Dan is de gisting voorbij en de gier klaar. Nu kan men er ook een deksel op zetten.

In de tuin wordt de brandnetelgier, in een verhouding van 1 : 10 verdund, direct bij de plantenwortels gegoten. Hij is geschikt als bijvoeding voor veeleisende gewassen als tomaten, kool, selderie, komkommer en prei. Bonen, erwten en uien mogen echter niet met brandnetelgier worden bemest. Eenjarige zomerbloemen, vaste planten, rozen, bessenstruiken en vruchtbomen hebben heel graag een scheutje brandnetelgier.

Al na enkele dagen kan een oplettende tuinier zien, hoe goed de brandnetelgier werkt: de planten krijgen donkergroen blad. Ze groeien zienderogen, maar blijven daarbij gedrongen en stevig. Dit komt onder andere door het stikstofgehalte van deze plantengier.

Men kan de brandnetelgier nog met andere geneeskrachtige planten verrijken en wijzigen. Zo kan de tuinier nog een paar handenvol paardenstaarten, smeerwortel, bieslook of uien doorheen mengen.
(Bron: www.ecologiebibliotheek.nl)

Smeerwortelgier of extract vloeibaar      

 Smeerwortelgier of extract wordt gebruik om groenten aan te gieten of te besproeien en is rijk aan stikstof en kalium. Vooral een effect op groenten die vruchten dragen (aardbeien, komkommer, meloen, tomaat, augurk,..).

Om de week herhalen.

Dosis algemeen
– neem 1 kg verse plantendelen op 10 liter water
– of 200 gram gedroogde delen op 10 liter

Gebruik algemeen
De gier altijd verdund gebruiken. Men kan het aangieten of op het blad vernevelen (na het zeven). Vernevelen niet bij te zonnig weer wegens kans op bladverbranding. Bij voorkeur ’s morgens of ’s avonds toepassen. Volwassen planten – 1 liter gier wordt met 10 liter water verdunnen
Jonge planten – 1 liter gier met 20 liter water verdunnen.

Vaste planten

Degene die vaste planten in hun tuin willen die bestand zijn en het goed doen op natte grond hier een beperkt lijstje van planten die daar goed tegen kunnen of niet anders willen:

Astilbe, Hosta soorten, Hortensia’s, Irissoorten, Daglelies, Kievietsbloem(knolletjes), Filipendula purpurea, Kandelaarprimula(Primula pulverulenta) , Persicariasoorten, Parapluplant( Peltiphyllum peltatum), Mimulus luteus.

Hoge tot zeer hoge soorten (1,5 tot 2m) die goed tegen natte grond kunnen zijn: Rheum palmatum (2m) ,Gunnerea manicata (2,5m) Rodgersia aesculifolia (1,3m), Ligularia przewalski (1,5m)

Uitgave: no. 2, 3e jaargang April/ Mei 2015

Naaktslakken

Naaktslakken leven in een vochtige omgeving. Zij houden zich het grootste deel van hun tijd op in de grond of onder compost, waar zij de ondergrondse delen van de planten aantasten.
In maart/april (hangt af van de temperatuurontwikkeling in de winter) worden de eerste eitjes in hoopjes van 20 tot 30 vlak onder het grondoppervlak gelegd. Gemiddeld kan een slak 500 eitjes leggen. De eitjes zijn wit doorschijnend. Drie weken later komen de eitjes uit. De ontwikkeling tot een volwassen slak duurt twee maanden. Paring geschiedt meestal in het voor- en najaar. Een naaktslak (zoals de grote aardslak) kan twee tot drie jaar oud worden en overwintert. Met onze huidige weersomstandigheden zijn er zelfs exemplaren die 20 cm lang kunnen worden! Bij strenge vorst kunnen veel naaktslakken sneuvelen. Slakken zijn hermaphrodiet. Elke slak kan een vrouwelijke of een mannelijke vorm aannemen tijdens de paring.
Slakken hebben een tong die uit rijen harde tandjes bestaat. Hiermee raspen zij het voedsel af.

De meest voorkomende soorten in Nederland zijn de zwarte wegslak en de grote wegslak:

Zwarte wegslak (Arion ater)
Grote wegslak (arion rufus)

 

 

 

 

 

 

Deze naaktslak verschijnt in diverse kleuren. Ze kunnen groeien tot 15 cm lang. In situaties waar deze naaktslak goed gedijt kan hij zelfs uitgroeien tot 20 cm. Deze soort is zeer vraatzuchtig.
Wegslakken eten tenminste 50% van hun lichaamsgewicht per dag.
De voetranden is oranje met zwart gekleurd.

Ongeveer 90% van de populatie naaktslakken bevindt zich in de grond. Voor de ondergronds levende slakken zijn slakkenkorrels, die op de grond worden uitgestrooid, niet effectief. Met het inzetten van nematoden (aaltjes) worden naaktslakken doeltreffend in de grond bestreden. Nematoden (Phasmarhabditis hermaphrodita) zijn kleine aaltjes van 0,1 mm lang die met het blote oog niet waarneembaar zijn. Zij gaan in de grond zelf op zoek naar de slakken, dringen deze binnen en scheiden er een bacterie af. Kort na aantasting stopt de slak met vreten.

Een aangetaste slak is te herkennen aan een typische zwelling achter zijn kop. Na 1 à 2 weken zullen de slakken sterven en gaat een nieuwe generatie nematoden op zoek naar een nieuwe prooi. Eén toepassing van nematoden garandeert een werking van minimaal 6 weken. De bodem moet wel voldoende vochtig zijn en een temperatuur van minimaal 5 graden hebben. De nematoden zijn volkomen onschadelijk voor de mens, het gewas en andere dieren en kunnen zelf geen plaag vormen.   

Ook composthopen kunnen worden behandeld met nematoden, aangezien veel slakken zich verstoppen onder compost.

Tijdstip van bestrijding

De beste tijd om te beginnen met de bestrijding is al in maart of in april als de temperaturen boven de 50 C zijn. Als de planten beginnen uit te lopen of er al slijmsporen te zien zijn, dan is dat ook een indicatiemoment om met de bestrijding te beginnen. De bestrijding met nematoden kan vervolgens tot oktober als de temperaturen nog boven de 5o C zijn. Behandeling in het najaar zal ook het aantal slakken sterk verminderen.

 Wat groeit er goed in vette kleigrond?

Welke soorten gedijen goed in vette klei en bloeien uitbundig?

In vette kleigrondtuin groeien goed:
– vlinderstruik
– grote kaardebol (kan dik twee meter hoog worden)
– stokroos
– diverse oeverplanten (bv. gele lis, dotterbloem)
– margrieten
– artisjok (tegen alle verwachting in)
– vergeetmenietjes (maar die zaaien enorm uit, ze zijn een plaag af en toe)
– winterjasmijn (doet het goed op niet te natte plaats)
– smeerwortel (onuitroeibaar)
– een paar varens
– een paarse lavathera die in een bloemenzaadmengsel zat komt elk jaar groter terug en zaait zich uit
– papaver
– anemoon (anemone coronaria)
– salie
– kerstroos
– crocosmia
– rode zonnehoed
– monnikskap
– akelei

Interessante sites

  • Baaij hoveniers    met info  over o.a.  snoeien en de tuinkalender
  • Sjeftuintips   weblog met handige tuintips
  •  Eetbare-tuin   met tips om een deel van je dagelijks voedsel op natuurlijke en gezonde wijze te kweken
  • Tuinsms   blog over tuinen